Als prijzen stijgen door inflatie, kunnen mensen met hetzelfde inkomen minder kopen. Om dit te voorkomen kan het inkomen worden aangepast: dit heet prijscompensatie. In dit onderwerp leer je het verschil tussen nominaal en reëel inkomen en hoe prijscompensatie mensen beschermt tegen inflatie.
EconBoost: Prijscompensatie
Wat is Prijscompensatie?
Om dit te begrijpen, moet je eerst het verschil weten tussen geld en wat je ermee kunt kopen.
Nominaal Inkomen
Het bedrag in euro’s op je loonstrook.
Voorbeeld: Je verdient €2000 per maand.Reëel Inkomen
Je koopkracht. Hoeveel spullen kun je kopen?
Afhankelijk van de prijzen in de winkel (inflatie).Als prijzen stijgen (inflatie), kun je minder kopen.
Prijscompensatie betekent dat je loon mee stijgt met de prijzen, zodat je koopkracht gelijk blijft.
Pas op voor deze valkuilen! ⚠️
Op het examen worden vaak dezelfde fouten gemaakt. Kijk goed naar het verschil:
“Mijn loon stijgt met €50, dus ik ga er op vooruit.”
Waarom fout? Je kijkt alleen naar het geld (nominaal), maar vergeet de prijzen (inflatie).“Mijn loon stijgt met 2%, maar de inflatie is 3%. Mijn koopkracht daalt dus.”
Waarom goed? Je vergelijkt loonstijging met inflatie.Onthoud: Nominaal ≠ Reëel. Je bent pas ‘rijker’ als je loon harder stijgt dan de prijzen.
Samen Oefenen 🤝
Stel: Je loon stijgt met 4%. De inflatie is ook 4%.
Is er sprake van prijscompensatie?
Het loon stijgt met 4%.
De prijzen stijgen ook met 4%.
Loonstijging (4%) = Inflatie (4%).
De koopkracht blijft gelijk.
Zelf Oefenen ✍️
Maak de onderstaande examenvraag. Let op je trefwoorden! De badges kleuren groen als je ze gebruikt.
De vakbonden hebben een loonstijging van 3% geëist. De inflatie voor dit jaar wordt echter geschat op 5%.
Vraag: Leg uit wat er gebeurt met het reële inkomen en of er sprake is van volledige prijscompensatie.
Resultaat
Samenvatting om te onthouden 🧠
- Nominaal: Bedrag in euro’s.
- Reëel: Wat je kunt kopen (koopkracht).
- Prijscompensatie: Loon stijgt mee met inflatie → Koopkracht blijft gelijk.